Nog een herinnering
Vrijdag 10 november 1989, de telefoon gaat… Tis Pim, mijn kleine broertje! Hé broertje, hoe ist? Rik, Rik, we moeten naar Berlijn! Berlijn? Ja! Zet die tv aan, moet je kijken!
Ik zie hoe door opengestelde poorten in de muur een hele stroom trabantjes komt en nog meer mensen te voet. Blijkt dat Günter Schabowski, één van de hoogste partijleiders in de DDR, de dag ervoor in een toespraak heeft gezegd dat de muur open moet en iedereen vrij is.
WWOOWW………
Ben je effe stil hè broertje? Hoor ik aan de andere kant.
Okee, we gaan, vanavond heb ik een feest hier in Groningen, dan schiet je al lekker op, we drinken niet teveel en gaan om 0200u rijen, zeg ik.
Okee! Kom eraan! En ik bel met een vriendin van me die in Berlijn woont of het goed is als wij het weekeind komen logeren, geen probleem, ruimte zat. Twee uur later is Pim er al, we hebben een heerlijk feest bij vrienden van me waarmee ik een jaar in een studentenhuis heb gewoond, en om 2 uur gaan we rijden in Pim’s fiat 127, die hij van een tante van een vriendinnetje had gekregen, ‘want hij doet het toch niet meer’.
Op zijn Pim’s opgeknapt was dat ding, maar hij reed. Maakte wel een onheilspellend kabaal… Pim zegt dat het rechtervoorwielager er ZO uit kan lopen, maar geen nood, een complete reserve voorwielophanging lag in de achterbak. Ik kijk naar de hoop roest achterin en krab even aan mijn hoofd, zie voornamelijk visioenen, dat we midden in de nacht dat ding moeten vervangen, terwijl het net hard begint te sneeuwen. Toch een voorspoedige rit, herinner me goed de grensovergang naar de DDR, waar we ons paspoort moesten afgeven aan zo’n stazi, en die ons zonder paspoort liet doorrijden tot het volgende hokje zo’n 500 meter verder.. Bleken de paspoorten via buizenpost mee te zijn gegaan… creepy die lui.
Iets van 9u in de morgen bellen we bij Martina aan, was wel een kunst om met de fiat met spekgladde banden door het sneeuwwitte Berlijn te rijden, want strooien doen ze hier niet, spijkerbanden moet je hebben hahaha. Ik geloof dat Pim een soort trendsetter voor driften was eigenlijk, hahaha. Na de begroeting gaan we ff pitten tot 13u en dan naar de muur! Met moker en steenbeitel zijn we vastbesloten ons steentje bij (of liever weg) te dragen! Overal rijden Trabantjes en Wartburgs, de hele westkant wordt overspoeld door mensen uit de DDR. Die vergapen zich aan de volle etalages… Kopen kunnen ze niks, want ze hebben geen geld (later in die week konden ze wat DDR Marken wisselen voor Dmarken 1 op 1). We letten niet op bezienswaardigheden, gaan direct naar de muur.
Wat een schouwspel! Honderden mensen zitten stukken muur te verkopen! En duur ook! Maar ja, hoe weet je of dat echt is? Door zelf te hakken natuurlijk! Met onze mokertjes en steenbeitels wagen wij ons tussen het hakkende publiek. We rammen uit alle macht, maar er springen alleen maar heel kleine stukjes af (en die weten verrassend nauwkeurig je ogen te raken), en de platen zijn gevoegd met een soort ultrakit dat ook niet meegeeft. Pim gelooft het wel, maar ik hak nog even door. Voel ik opene een hand op mijn schouder en een boze stem schreeuwt in het Duits wat ik aan het doen ben. Ik draai me om en zie een agent met de hoogste pet op die ik ooit zag… Hij pakt mijn hamer en beitel af en wil me arresteren voor vernieling… Naja… Pim staat me een beetje uit te lachen.. Gelukkig weten we de man te overtuigen dat het VROEGER verboden was om in de muur te hakken, maar dat het NU wel mag! Ik krijg de spullen terug en hij druipt af. ’s Avonds gaan we heerlijk stappen met Martina en haar vriend, en we komen er achter dat het wel een vet coole stad is, dat Berlijn. Volgende dag in een ontbijtcafé gegeten, en dan gaan we weer, terug naar huis, tof om een stukje geschiedenis te hebben meegemaakt.
‘wat ga je nou met die auto doen als we thuis komen?’ schreeuw ik boven de herrie van het wiellager heen.. ‘Naar de sloop gaat ie!, krijg ik wel 50 gulden voor!’. ‘goed idee!’
We moeten tanken. Terwijl ik hem volgooi rijdt er een Duitser in een Nissan Patrol achteruit. Pim toetert nog, maar hij rijdt zo met zijn trekhaak in een van de koplampen van onze trouwe 127.. Stapt er een enorme dikke vent uit, met zo’n roze gelaatskleur van drank en hartpatiënt. Hij geeft ons zijn kaartje, en blijkt eigenaar te zijn van een opaalmijn in Australië! We staan een beetje naar de schade te kijken, trekt ie zo 200 Mark uit zijn knip (zat nog veel meer in!). Of dat genoeg is? Pim zegt zonder blikken of blozen dat als hij het zelf repareert het dan wel net sol reichen…. Geeft ie nog 50 mark! Hahaha ik bestierf het… En dat uitgestreken smoel van Pim, zorgelijk kijkend naar de koplamp van zijn dierbare autootje (dat euthanasierijp was).
Joelend reden we naar huis. De sloop gaf ook nog 50 piek voor de 127…. Wat een weekeind!
Problemen bestonden niet, het was niet eens een uitdaging hihihihi.
Met Pim deden we het gewoon.
sweet memories honey
hahaha ... mooi verhaal, Krikko! Ennuh: idd geen sommetjes meer! ;o)