het zal maar familie zijn....

MOORD IN NOORDHORN – anno 1822
Jan Quint

Een bericht uit de Leeuwarder Courant van 20 april 1824. In het niet gemakkelijk leesbare, maar desondanks boeiende artikel worden de wederwaardigheden beschreven van ene Jan Quint, die in september 1822 zijn intrek nam bij de weduwe van Benedictus Vegter , te Noordhorn. Hij vertrok na een kort verblijf, nam haar zilveren oorijzer met gouden stiften mee en haalde haar over om hem de weg naar Zuidhorn te wijzen. Toen ze daar om betaling vroeg, viel hij haar aan, wierp haar in de gracht van een buitengoed (de Hanckemaborgh),
“waarin hij haar, ondanks haar jammerend hulpgeschrei, liet versmoren”. De booswicht keerde terug naar de woning van de vrouw in Noordhorn en maakte zich meester van een deel van haar spullen, “meestal in lijfstoebehooren bestaande.”
Jan Quint vluchtte vervolgens naar Uitwierde, waar hij opnieuw in de fout ging. Hij stal een zilveren horloge, wat geld en enige doeken. In januari 1823 dook hij op in Riethoven (arrondissement Eindhoven). Daar noemde hij zich Jan Steens van Kuik, stuurde zijn gastheer met een brief naar het postkantoor, gooide daarna zijn gastvrouw in een put en liet haar daar, na enkele stokslagen, aan haar lot over. In februari 1823 was de vrijbuiter te gast in Someren, daar heette hij weer Jan Quint. Zelfde truc, ook hier stuurt hij zijn huisbaas om een boodschap en overvalt vervolgens de dochter, die zit te melken. Met een bijl brengt hij haar enkele dodelijke slagen toe en vlucht met “een gouden kruis, een kerkboek met zilveren beslag, eenig geld en eenige andere goederen”.
Pas in september 1823 wordt hij in Hannover aangehouden en “naar Groningen uitgeleverd.” Onverschillig bekende hij zijn euveldaden en “onbeschaamd was zijn houding op den dag zijner veroordeeling, den 3 maart 1824.” Op 14 april 1824 werd Jan Quint in de Stad aan de galg gehangen. “Nauwelijks dertig jaren oud, eindigde hij door een schandelijken dood een schandvol leven, waarvan de herdenking alleen belangrijk is als voorbeeld van de gevolgen eener verwaarloosde opvoeding.”
Jan Quint verloor op 2-jarige leeftijd zijn moeder. Eerst leek het nog goed te gaan, maar na het hertrouwen van zijn vader werd Jan verwaarloosd en “dikwijls verstooten uit het ouderlijk huis, zoodat hij meermalen in den nacht moest omzwerven”. Hij trad in krijgsdienst, maar deserteerde vrij snel. Hij werd tot twee keer toe opgepakt en tot “de straf van de kruiwagen voor den tijd van drie jaren veroordeeld”. Hij ontvluchtte, waarna de gruweldaden begonnen met de bovenvermelde gewelddaad in Zuidhorn.
bron: http://noordhorntoenennu.wordpress.com/2008/02/03/moord-in-noordhorn-%E2%80%93-anno-1822/


Gebruikerslogin

Navigatie

Laatste reacties